Proza Voor de Ziel

Kotsende achtergrondsmuziek

 

Alles leek voorbij, daar in het holst van de nacht op de Coolsingel, terzijde van dat Amerikaanse vreetoord, maar toen gebeurde er toch nog iets gedenkwaardigs. Zoals ik altijd zag ik het weer niet aankomen, en dat is maar goed ook, want anders was er waarschijnlijk ook niks van gekomen. Want normaliter als een vrouwmens mij onzedelijk benadert, wordt het mij te heet onder de stelten. Alleen dit keer was ik doorpakkend, en atypisch de jovialiteit zelve.

‘Mijn vriendin is jarig! 21 jaren oud geworden! Kom eens bij mij lekkere schat van me! Laten we voor haar eens een mooi liedje zingen!’, riep deze madame mij frivool toe. Haar vriendin (5.4) was alleen in fysieke vorm aanwezig: ze zat voorover gebogen op een klapstoel en waarom ze zo zat maakte de maaginhoud die voor haar voeten uitgespreid lag wel duidelijk. De kwieke dame die het oog op mij had laten vallen, deed me het verhaal van die avond dan ook uitgebreid uit de boeken.

‘Maar genoeg over kots en bloed gesproken, laten we een verjaardagsliedje voor haar zingen’, verzocht zij mij met nadruk. Ik gaf gehoor en zette in: ‘IKK… HEBBB… EEN POTJEEH MET VET… OP DE TAFEL GEZET!’ – Dat is geen verjaardagsliedje, wijsneus. – ‘Oh, nou sorry hoor, ik dacht een beetje nostalgie uit onze vervlogen kinderjaren zet geen kwaad bloed, zo diep in het donkerte alhier, onze onbezonnenheid veraf, maar onze melancholie zo dichtbij.’ ‘Niet zo lullen zuipschuit, bedenk maar nieuw liedje!’

Mijn poëtische ingevingen even latend voor wat het was, schalde ik door de Rotterdamse straten dat het gevogelte ervan wakker werd: ‘ZUM GEBURTSTAG VIEL GLÜCK!’ – ‘Ja hallo, jij bent toch geen mof! Lieve schat, wat moet ik met jou toch aanvangen?’ Hierop had ik wel een antwoord: ‘Zie toch niet alleen mijn gebreken en zonden, want zoals de rest van onze mensheid is ook mijn ontvangenis niet onbevlekt. Toch doe ik aan de waarheid geen afbreuk, als ik zeg dat de liefde alomtegenwoordig is en de aandrang om aan die liefde praktische uiting te geven, thans tot niet eerder waargenomen hoogte is gestegen.’ – Zij riposteerde, met een twinkeling in haar ogen: ‘Jij bent een beetje een rare snuiter, maar ik kan niet zeggen dat je niets hebt.’

Mijn lichaamshouding was al dusdanig aangepast om aan deze vleierij logisch vervolg te geven, toen haar vriendin voor de eerste maal daadwerkelijk van zich liet horen: ‘BRUUHHH!!’ Achter ons voltrok zich een heuse braakpartij, dat de brokstukken je er van om de oren vlogen. Mij kon het allemaal niet veel verdommen, zolang de wasmachine maar werd aangezet, maar mijn object van de kortstondige liefde ontfermde als was zij een boezemvriendin, hetgeen zij vermoedelijk ook was. Zij sloeg haar arm om haar metgezellin heen, hetgeen de vriendin echter niet belette om rustig door te gaan met haar maaginhoud naar buiten slingeren. Niet alleen de straten van de havenstad werden hierdoor bevlekt, maar tevens kreeg haar omarmende vriendin de volle laag. Want ze had zich inmiddels naar deze toegekeerd, en braakte mijn liefdestarget vol in de boezem.

Ik kon het allemaal niet meer aanzien, en stapte op haar af: ‘Ja, bedank je lieve, jarige vriendin maar, want ze heeft iets voor je verpest. Ik wil nog best met je tongworstelen, maar verder slaap ik, net als jij, gewoon in ons eigen bed! Ik ga niet door die drab van je vriendin heen liggen rollen… – ‘Je bent inderdaad een rare snuiter,’ waren de laatste woorden die ik ooit van haar vernam.

LEAVE A RESPONSE

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *