Goddelijke beschouwingen

De voortzetting van een ander bestaan

Afgelopen dinsdag was ik in een krot waar ik een goeddeel van mijn studententijd heb gespendeerd. Het is een nachtelijk etablissement in Utrecht, toegesneden op dronkenlappen, escapisten en pretendenten. Mensen zoals ik dus. Wie daar hoge ogen gooit, is verdorven. Het is een samenkomst van een verloren generatie. Voor twaalven kan men zich te pletter zuipen voor een grijpstuiver, erna moet men de volle neoliberale mep betalen. De rokersruimte symboliseert de mensen die er komen en wellicht zelfs het leven in haar geheel: aan de verstikking proberen te ontsnappen door zelf maar een peuk te steken. Degeneratie of vernietiging.

Wat ik daar zag, was mezelf, geïncarneerd in een nieuwe generatie. Het grut dat er rond waggelde, was beduidend jonger dan ik. Geënthousiasmeerd zoals alleen mensen beneden de een en twintig dat kunnen zijn. Het was pijnlijk om te gewaarworden: het kan niet meer op mijn leeftijd, het mag niet meer, alles is vergankelijk. Zelden heb ik zo beteuterd in een uitgaansgelegenheid gestaan. Toch mag ik niet al te gedemoraliseerd zijn over het daar voorgevallene, een generatiegenoot begreep tenminste mijn lijden: ‘Nu ik hier na een decennia in een nostalgische bui weer eens langs wip, denk ik van: ‘’wat zouden nou de nieuwste hitjes van tegenwoordig zijn?’’ Maar nee, de muziek is nog precies hetzelfde als voorheen!’ – Met moeite pers ik er als reactie een ironisch glimlachje uit.

Want ik weet dat de ironie het laatste redmiddel is van mijn smart. Een redmiddel van tijdelijkheid en zelfbedrog. Aan alle kanten word ik voorbij gelopen door de vissen in het water. Een jochie stoot mij mijn pilsener uit de hand, verontschuldigt zich door me een slok van zijn biertje aan te bieden, vergezeld van een amicale schouderklop. Als dan de avond vordert, gebeurt natuurlijk het gebruikelijke: de jacht naar de andere zijde van het menselijke geslacht, zo genadiglijk van waarachtigheid verstoken door de nacht. Uiteraard zijn het de onder gemiddelde dames die als eersten veroverd worden.

Het volgt elkaar exponentieel op, evenals mijn drankgebruik, maar ik kan het desondanks niet meer aanzien. Het zal me verder me aan mijn reet kunnen verdommen welk withemden elkaar branieachtig naar de troon steken, welke internationals zich de rituelen van het Nederlandse paringsgedrag eigen maken, wie daar zijn toekomst verzegeld et cetera. Zelfs de achterwerken die verwachtingsvol mijn kant op wiegen, laten me Siberisch. Ik weet genoeg: alles vergaat, de tijden, de jaren, en uiteindelijk ook de mensen, alleen mogen zij nog even de afglijding aanschouwen. Betekent het dat ik naar een invulling op zoek moet gaan waarin een overvloed aan drank niet het enige nastrevenswaardige van mijn bestaan vormt? De toekomst kent in elk geval aan uitdagingen geen gebrek.

LEAVE A RESPONSE

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *