Proza Voor de Ziel

De Portierschopper

Thans schrijf ik in brakke toestand. Het was me weer zo’n avond gisteren. Men had niet kunnen bevroeden dat er zulks een zelfdestructie plaats zoude vinden. Omdat ik niet ieder feit meer kan heugen, zijn sommige taferelen aangedikt door fantasierijke fictie.

Laat mij beginnen met de paarden. Zij waren eigendom van de plaatselijke prinsemarij en werden door hun superieuren aangewend om een afschrikwekkend effect op de weerloze burger uit te oefenen. Toch kan ik zonder aanmatiging zeggen dat ik verleden avond een man van weinig angst was. Nadat ik met een vliegende trap, welke sterke gelijkenissen vertoonde met de karatetrap die Nigel de Jong zijn tegenstrever Xabi Alonso tijdens het wereldkampioenschap voetbal in het jaar 2010 na Chr. toediende, de portier van het dansetablissement onderuit had geschoffeld en deze met zijn achterhoofd op het plaveisel van zijn gelagkamer terecht kwam, wordt deze thans in het lokale hospitaal in een kunstmatige coma gehouden. De ordehandhavers hadden het hierdoor op mij voorzien. Evenwel betoonde ik mij een man van rebellie, waardoor er zeker zeven paarden aan te pas moesten komen. Ter gesticulatie stegen deze paarden ten hemel en vervaardigden schreiende geluiden. Ook kan ik het welbekende, monstrueuze geslachtdeel van ze waarnemen. Het zal maar je deel zijn, geen wonder dat die perden zo’n bravoure en ongebreidelde branie kennen.

Zoals u wellicht zult vermoeden, werd ik afgevoerd. En neen, niet naar het centrale politiestation, maar naar een speciaal voor delinquenten als ik ingeruimde goelag. Comfort kwam mij niet toe. Neen, ik moest het met een flinterdun dekentje doen, en het materiaal waar mijn slapende lichaam op rustte bestond uit ijskoud steen. Bij het ontwaken kreeg ik ook al geen ontbijt. Neen, een smerige grijns en ‘die houden we nog wel even hier’ gelardeerd met een vette knipoog; dat was alles wat ik kreeg. Toen ik om half elf des morgens vrijgeleide kreeg, mocht ik me opmaken voor een verkwikkende ochtendwandeling in de provincie. Mensen die beweren dat de hel op aarde niet bestaat, hebben ongelijk.

Bij aankomst op het adres waar ik oorspronkelijk de nacht zou doorbrengen, werd de deur opengedaan door mijn licht-homoerotische kornuit Eljong. Ook aan hem was het geweld niet voorbij gegaan. Forse schrammen bekleedden zijn gezicht. Hij had met vriend Noes een robbertje gemat, zo verduidelijkte hij. Hoewel bij aankomst de meubelen gered leken te zijn, spatte een van zijn slagaderen uit de voegen, spoot het bloed eruit als ware het een lavastroom op Sardinië, en bezweek mijn getrouwe gelagbroeder ter plaatse doordat ik lag te kotsen op het sanitair en daardoor zijn bloeduittocht niet kon stelpen. Moge zijn ziel in vrede rusten, hij was een groot man, of beter gezegd, een absurde burgerman. Mogen de kwalijke kwelgeesten, die hem tijdens zijn arbeidzaam bestaan zo getormenteerd hebben, hem met rust laten. Want dat heeft die knul wel verdiend, na al dat leed dat hem wederrechtelijk is aangedaan.

Ik zou dit verhaal nog op kunnen luisteren met andere anekdotes van die avond, zoals een verhit colloquium over de slechtste film van het jaar, Dunkerque, maar dat doe ik niet. Daar ben ik immers veel te brak voor. Bovendien moet men respect hebben voor de doden en de comateuzen. Op naar de volgende escapade, waarvan het leven van een held nu eenmaal aan elkaar hangt.

LEAVE A RESPONSE

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *