Goddelijke beschouwingen

De paraplu

Het was een zonnige dag, met bijna geen wolkje aan de lucht, op een klein stinkzwamvormig wolkje na. Desalniettemin had Rik een paraplu bij zich. Hij had die dag immers een fotoshoot voor zijn nieuwe Tinder-profiel. Iedereen weet dat een fotoshoot geen vruchten afwerpt zonder paraplu. Ook Rik wist dit. Rik was, wat men zou noemen, een pientere jongeman. Hij begreep heel goed dat een rekwisiet noodzakelijk is om indruk op de vrouwen te maken.

Klik! Zo luidde de sluiter van de camera. Rik had een vriend van een vriend met een spiegelreflexcamera zo ver gekregen om gratis zijn foto’s te schieten. Klik! “Doe nu eens alsof je loopt, terwijl je je paraplu als wandelstok gebruikt”, instrueerde de fotograaf Rik. Klik! Rik wist niet eens hoe de fotograaf heette. Was het Jopie? Of toch Joost? Iets met een J, dat wist Rik zeker. Maar het kon ook zomaar een J halverwege Jopie’s naam zijn, zoals bij Thijs. Al wordt de J dan niet uitgesproken. Of wel? Is de J in een lange ij nou stil of niet? Rik wist het niet, ondanks zijn pienterheid. Rik wist meer van rekwisieten dan van neerlandistiek, al studeerde hij wel Nederlandse taal en cultuur. Thijs dus. Het zou ook gewoon Jopie kunnen zijn.

“En nu doen alsof je je volledig onbewust bent van de aanwezigheid van de fotograaf.” Rik deed hierop alsof hij zich volledig onbewust was van de aanwezigheid van de fotograaf. Klik! Deze foto wil ik eigenlijk wel meteen zien, dacht Rik. Dus liep hij naar Joost toe en keek hij op het schermpje van zijn spiegelreflexcamera. Het was een goedkope spiegelreflexcamera, dacht Rik. Zo’n amateuristisch onding, van Chinees plastic waar je een loodvergiftiging van kreeg. Niet eens full frame. Al zou Rik niet weten waarom hij door een full frame camera gefotografeerd zou willen worden. Meer pixels betekent toch ook meer pukkels? Rik bekeek de meest recente foto, waarvoor hij speciaal naar Joost was gelopen. Nonchalant keek Rik weg van de camera op deze foto. Alsof hij zijn existentie aan het overdenken was maar dat was helemaal niet zo. Rik deed het wegkijken namelijk volledig bewust, precies volgens plan. “Terminaal,” bevestigde hij, en hij liep weer terug naar de waterkant.

Joep was het fotograferen na een halfuur wel zat. Hij aspireerde een carrière als beroepsfotograaf, maar vooralsnog had hij slechts voor enkele tientjes de Yorkshireterriër van zijn tante gefotografeerd. De foto’s had zijn tante op Facebook gedeeld, maar zonder Joep te noemen. Wel noemde ze haar hond. Deze heette blijkbaar Koos. Joep had een schijthekel aan honden met mensennamen. Als je dan toch de mens moet uithangen, waarom betaal je je eigen fotoshoot dan niet? Alsof hij niet genoeg aan zijn hoofd had door Koos, moest Joep tot overmaat van ramp nu ook gratis foto’s maken van Rik, omdat hij geen nee kon zeggen. Hij sloeg zichzelf voor de kop. “Waarom sla je jezelf voor je kop?” vroeg Rik hem hierop. Joep antwoordde dat fotografen dat doen om hun ogen te laten accommoderen aan de zoeker van de camera. Als neerlandicus in spe trok Rik de biofysische kennis van Joep maar niet in twijfel. “Het gaat zo wel regenen,” loog Joep vervolgens. “We kunnen er beter een einde aan breien.” Rik grinnikte en wees met een betweterig gelaat naar zijn paraplu. “Ik kom wel droog thuis, hoor.” Joep durfde niet te zeggen dat zijn spiegelreflexcamera eigenlijk niet nat mocht worden.

Na twee uur was Rik nog niet tevreden met de fotoshoot, maar voelde hij wel een druppel op zijn puntige neus vallen. “Laten we gaan,” zei hij, “ik wil niet nat worden, hoor.” Jan-Maurits beloofde opgelucht Rik de foto’s per e-mail op te sturen en liep naar zijn fiets. Jan-Maurits’ fiets had terstond een lekke band, dus hij moest met de fiets in één hand en de camera in de andere hand lopen. Toen brak de bui uit. Dit waren geen pijpenstelen, maar koeienstaarten. Jan-Maurits werd kletsnat en zo ook zijn goedkope spiegelreflexcamera, die hij echter nog niet terug had verdiend met de fotoshoots van Koos de Yorkshireterriër. Rik moest blijkbaar dezelfde kant op, want hij haalde hem in, maar deed weer alsof hij zich volledig onbewust was van de fotograaf. De paraplu had hij wel opgestoken, observeerde Jan-Maurits. Bij thuiskomst werkte de SD-kaart nog wel, maar de camera niet meer. Jan-Maurits mailde de foto’s naar Rik en gooide zijn camera weg, omdat waterschade niet onder de garantie viel. Een week later had zijn zus een Tinder-date met Rik.

LEAVE A RESPONSE

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *