Goddelijke beschouwingen

De lusten van een mensdier

Omdat ik een man van mijn woord gaat deze verhandeling over de balts, ofwel – voor de ongeletterden – het hof maken van een target, meestentijds met iemand van het andere geslacht, van mensen. Die is zogezegd problematisch te noemen. Er moet namelijk gecommuniceerd worden, aangezien wij cognitieve vermogens hebben. Of jij in de smaak valt bij je doelwit, kan niet enkelvoudig worden bepaald door het behendig met de heupen zwieren opdat er aan de beweegredenen van de benadering niks te raden over is.

Nee, het gaat dus wel om meer voorwaarts beuken. Laten we wel wezen, uiteindelijk gaat het daar natuurlijk wel om, maar de mens is door God gezonden om het met stijl te doen. Wil je dus met je heupen wiegen, kun je dat dus niet eerst in het luchtledige doen, bij wijze van non-verbaal aanzoek tot de daadwerkelijke daad. Hoe het dan wel moet weet ik ook niet, en laat ik dat nou net illustreren met onderstaande anekdote, deels gebaseerd op waarheid, deels op geëxtrapoleerde bullshit.

Keulen, 28 juni 2017.
Waar ik precies vandaan kom, weet ik niet, want ik heb zojuist, in een of ander nachtelijk etablissement, van de uitsmijter een optater gekregen van heb ik jou daar. Het lijkt er zowaar op dat bij het volgende etablissement dat ik aandoe, de kansen zijn gekeerd. Een niet onappetijtelijke dame van ongewisse komaf strekt, zonder eerst iets te zeggen, haar hand naar mij uit. Deze accepteer ik zonder omwegen. Als een van mijn vrienden naast mij had gelopen, had ik iets gezegd in de trant van ‘Ha, die wil eens goed tussen de bekkenholte te grazen genomen worden, en daar gaan we voor zorgen ook’ maar die was er niet, dus liep ik vroom achter haar aan de nachtclub in.

In de nachtclub verordonneert zij mij stellig een drankje voor haar te kopen. Het zal wel met de cultuur te maken hebben, denk ik. Als ik pilsener op de kop heb getikt, ontspant zich een gesprek ‘You money, I give you everything, my beauty boy’. Als ik hoor dat ze mij een ‘beauty boy’ heb genoemd, tracht ik haar terstond een Franse kus te geven. Maar zij wendt zich af. ‘In niet alles is zij even snel van begrip. Je kunt een mens nooit helemaal leren kennen’, denk ik.

Dus praat ik met haar zonder dat het een aard heeft. Over haar afkomst uit het Oostblok, over het rechts-populisme dat er de kop opsteekt, en de problematische verhouding met de Europese Unie die het tot gevolg heeft. Als ik zeg dat ik Nederland kom, begint zij met kwijl in de mondhoeken ‘Amsterdam! The city of weed!’ te roepen, waardoor er dus toch iets van een klik is bewerkstelligd. Nog wat pilsener later, en mijn opzienbarend openhartige mededeling dat ik zojuist de club ben uitgetieft door een uitbater, brengt zij met haar mooiste glimlach te berde wel een luchtje te willen scheppen.

Aldus gaan wij buiten op een brits zitten. Alles begint te draaien, en spoedig belandt mijn hoofd in haar schoot. Ik wil naar boven kruipen… Zou die Franse kus er dan toch nog van komen? Hierna kots ik de zijkant van de brits onder en vraag ik haar: At least just at the mouth? – ‘Yes, for this time, because you are sweet boy’, riposteert zij. Zo laat ze zich dus alsnog kussen, de hoer.

LEAVE A RESPONSE

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *